Uitspraak
200405136/1) mag bij de beoordeling van een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade, als hier aan de orde, in beginsel van de maximale benuttingsmogelijkheden van het oude en het nieuwe planologische regime worden uitgegaan. Slechts onder zeer uitzonderlijke omstandigheden kan daarvan worden afgeweken. In dit geval heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat ingevolge het oude plan een woning met een hoogte van 15 m, althans minimaal 6 m, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kon worden uitgesloten. Artikel 3 van Pro de planvoorschriften biedt daarvoor geen aanknopingspunt. Daarin is bepaald dat voor zover op de plantekening groepen bebouwing met eenzelfde hoofdletter zijn aangeduid, deze bebouwing per groep naar architectuur en uiterlijke verschijningsvorm, in het bijzonder wat de kapvorm en de dakbedekking betreft, een eenheid moet vormen, zulks uitsluitend ter beoordeling van het college. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college daarbij beoordelingsruimte toekomt. Gelet hierop kon een woning met een hoogte van 6 m of meer niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden uitgesloten. Zo had de bestaande bebouwing gesloopt kunnen worden en daarvoor in de plaats bebouwing opgericht kunnen worden met een hoogte van 6 m of meer. Voorts heeft de rechtbank terecht overwogen dat het feit dat onder het oude plan maximaal één bouwlaag was toegestaan, niet betekent dat bebouwing met een hoogte van 6 m of meer met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kon worden uitgesloten. In artikel 2, vierde lid, van de planvoorschriften is bepaald dat niet als bouwlaag wordt aangemerkt een geheel of nagenoeg geheel direct onder een schuin dakvlak gelegen, onvolledige verdieping, die hoofdzakelijk als bergruimte dienst doet. De rechtbank heeft terecht overwogen dat niet valt in te zien dat van een gebruik van de ruimte onder de kap als bergruimte bij een gebouw met een hoogte van 6 m of meer geen sprake meer kan zijn. Zo was immers een woning mogelijk die bestond uit een bouwlaag van 4 m hoog met een kap van 4 m hoog. Gelet hierop valt evenmin in te zien dat, zoals [appellant] ter zitting heeft betoogd, bij een dergelijk gebouw de omvang van de bergingsfunctie zo groot is, dat de woonfunctie zou komen te vervallen.