ECLI:NL:RVS:2013:BZ3354
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.F.J. Bindels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing planschadevergoeding na planologische wijziging in Marum
Appellant, eigenaar van een woning in Marum, verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Poort II'. Het college wees dit verzoek af, waarna ook bezwaar en beroep bij de rechtbank werden afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het hoger beroep en concludeerde dat de planologische wijziging niet leidde tot een nadeliger situatie voor appellant. De maximale bouwmogelijkheden onder het nieuwe bestemmingsplan waren niet zodanig dat deze de waarde of gebruiksmogelijkheden van het perceel wezenlijk zouden verminderen.
Appellant stelde dat het college ten onrechte was uitgegaan van maximale bouwmogelijkheden die in de praktijk niet realistisch zouden zijn, maar de Afdeling oordeelde dat deze mogelijkheden niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid konden worden uitgesloten. Het advies van een deskundige partij werd als voldoende betrouwbaar beschouwd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het planschadeverzoek bevestigd.