ECLI:NL:RVS:2013:BZ3372
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.C. Kranenburg
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
De DEC is geen bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, die zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het beroep tegen een brief van de DEC en de raad van bestuur van het VUmc. De kern van het geschil was of de DEC een bestuursorgaan is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank oordeelde dat de DEC geen bestuursorgaan is omdat zij niet met openbaar gezag is bekleed en haar adviezen niet bindend zijn voor het VUmc.
Appellant stelde dat de DEC wel een bestuursorgaan is omdat zij een publiekrechtelijke taak vervult door het adviseren over dierproeven en dat een positief advies de rechtspositie van het VUmc eenzijdig wijzigt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt echter dat de DEC geen bestuursorgaan is. Dit omdat het VUmc ondanks een positief advies van de DEC kan besluiten af te zien van de dierproef en bij een negatief advies van de DEC het VUmc na een positief oordeel van de Centrale commissie dierproeven alsnog de proef mag uitvoeren.
De Afdeling benadrukt dat voor de kwalificatie als bestuursorgaan vereist is dat er sprake is van een publiekrechtelijke bevoegdheid tot het eenzijdig en bindend bepalen van de rechtspositie van anderen. Dit is bij de DEC niet het geval. Daarom is de brief van 22 juli 2010 geen besluit in de zin van de Awb en was de rechtbank terecht onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de DEC geen bestuursorgaan is en verklaart het hoger beroep ongegrond.