Uitspraak
201007264/1/H3, gesteld, voldoet. Tevoren valt niet te zeggen of een activiteit druk bezocht zal worden en zoekverkeer zal opleveren en niet uit te sluiten dat passanten door verwijsborden op het idee komen een activiteit te bezoeken, aldus [appellant].
201113162/1/A3, is het uitgangspunt van het gevoerde beleid dat in beginsel geen verwijsborden worden toegestaan. Om wildgroei van borden tegen te gaan, worden verwijsborden slechts toegestaan in het geval een van de in het Verwijsbordenbeleid 2011 nader aangeduide activiteiten aan de orde is. In die gevallen dienen de te beschermen belangen, welke stroken met de weigeringsgronden in artikel 2:10A, derde lid, van de Apv 2010, te wijken voor het belang dat met het voorkomen, dan wel zoveel mogelijk beperken, van zoekverkeer ter plaatse is gediend.
201009324/1/H3, in het kader van een door [appellant] gevraagde vergunning voor het plaatsen van verwijsborden in een andere gemeente heeft geoordeeld dat die verwijsborden handelsreclame betreffen en daardoor zijn aan te merken als tijdelijke reclame in de zin van de Beleidsregels Tijdelijke reclame (sandwichborden) van die gemeente, maakt dat niet anders.
200906261/1/H2), bij een heroverweging in bezwaar als uitgangspunt dat rekening moet worden gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden zoals die zich op dat moment voordoen en dat het recht moet worden toegepast zoals dat op dat moment geldt. Dit geldt eveneens voor beleidsregels. Niet is in geschil dat het Verwijsbordenbeleid 2011 ten tijde van het nemen van het besluit van 2 november 2011 was gepubliceerd.