Uitspraak
200505735/1, 200505735/3 en 200505735/4en de daarbij bevestigde uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Assen van 13 mei 2005.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Coevorden heeft op 9 september 2010 de aanvraag van appellante voor ontheffing en een bouwvergunning voor het vergroten van een melkverwerkingsruimte op een perceel te Coevorden geweigerd. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 21 juli 2011 werd gehandhaafd. De rechtbank Assen verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de uitleg van het bestemmingsplan "Buitengebied 1995" en de vraag of een zuivelboerderij zelfstandig op het perceel mag worden gevestigd zonder dat er een agrarisch bedrijf aanwezig is. De rechtbank oordeelde dat volgens het bestemmingsplan een agrarisch bedrijf op het perceel moet zijn gevestigd om een zuivelboerderij te mogen exploiteren. Appellante voerde aan dat de term "annex" ook zelfstandige vestiging toestaat en dat uit haar stukken blijkt dat er een agrarisch bedrijf op het perceel is gevestigd.
De Raad van State bevestigt de uitleg van de rechtbank en oordeelt dat het bestemmingsplan vereist dat een agrarisch bedrijf op het perceel aanwezig moet zijn. De door appellante overgelegde stukken zijn onvoldoende om aan te tonen dat dit het geval is. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de bouwvergunning standhoudt.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de bouwvergunning omdat geen agrarisch bedrijf op het perceel is gevestigd.