Uitspraak
200805786/1/R1, kan de raad ter onderbouwing van het standpunt dat het plan niet zal leiden tot een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden, niet volstaan met de stelling dat het vorige plan voorzag in een vergelijkbare bouwmogelijkheid ter plaatse. Bij de beoordeling van de planologische aanvaardbaarheid van een beoogde ontwikkeling dient, naast de mogelijkheden van het vorige plan, tevens rekening te worden gehouden met de bestaande situatie en de belangen van de omwonenden.
201000541/1/R1, voor de bestemming van voornoemde strook is aangesloten bij het eerder geldende bestemmingsplan "Landelijk gebied Vierpolders" uit 1988, waarin aan deze strook een agrarische bestemming was toegekend. De Afdeling acht van belang dat, anders dan in het vorige plan, waarin aan voornoemde strook de bestemming "Groen" was toegekend, in het onderhavige plan de aanleg van een afschermende groenstrook van minimaal 10 meter breedte ten zuidwesten van het perceel van [appellant sub 2] niet verplicht is en dat de raad ter zitting heeft verklaard dat de gemeente, als eigenaresse van de betrokken gronden, bij verkoop daarvan als voorwaarde zal stellen dat de strook zodanig wordt ingericht dat de eventuele overlast voor [appellant sub 2] zo veel mogelijk wordt ondervangen. Daarbij wordt, zoals ook in de plantoelichting is verwoord, in het bijzonder gedacht aan beperking van de beplanting tot twaalf wilgen, die, zoals de raad onweersproken heeft gesteld, qua bladval tot minimale overlast leiden. Gezien het voorgaande bestaat geen grond voor het oordeel dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de bedrijfsbelangen van [appellant sub 2], en derhalve evenmin voor het oordeel dat de raad er niet in redelijkheid voor heeft kunnen kiezen aan de desbetreffende strook grond de bestemming "Agrarisch" toe te kennen.