Uitspraak
200704458/1, goedkeuring is onthouden en dat niet in geschil is dat bedoeld gebruik in strijd is met de ter hoogte van het zuidelijke deel van het hoofdgebouw geldende bestemming. Voorts heeft zij overwogen dat het college zich derhalve ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het niet bevoegd was handhavend op te treden tegen dat gebruik. Vervolgens heeft de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit van 24 oktober 2011 in stand gelaten, omdat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat handhaving in dit geval onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.