ECLI:NL:RVS:2013:BZ4004
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- C.H.M. van Altena
- K.J.M. Mortelmans
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over beperking vrijstelling schenkbelasting tot Nederlandse landgoederen
De zaak betreft de weigering van de Nederlandse staatssecretaris om een in het Verenigd Koninkrijk gelegen onroerende zaak, 'The Bean House', aan te merken als landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928, waardoor geen vrijstelling van schenkbelasting wordt verleend bij schenking. De rechtbank Zutphen oordeelde dat deze weigering een beperking vormt van het vrije kapitaalverkeer zoals bedoeld in artikel 63 VWEU Pro, en dat de staatssecretaris onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze beperking gerechtvaardigd is door dwingende redenen van algemeen belang.
De staatssecretaris voert in hoger beroep aan dat het behoud van nationaal natuurschoon en cultuurhistorisch erfgoed, de coherentie van het belastingstelsel en de doeltreffendheid van fiscale controles rechtvaardigingen vormen voor de beperking. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzoekt deze argumenten uitgebreid en constateert dat het behoud van cultuurhistorisch erfgoed ook onder de Natuurschoonwet valt, maar dat de rechtspraak van het Hof van Justitie hierover geen uitsluitsel geeft. Ook wordt betwijfeld of de coherentie van het belastingstelsel en het financiële evenwicht van de regeling een rechtvaardiging vormen.
Daarnaast wordt onderzocht of de staatssecretaris zich kan beroepen op Europese richtlijnen (2010/24/EU en 2011/16/EU) voor grensoverschrijdende administratieve samenwerking en of het beginsel van loyale samenwerking een verplichting tot medewerking inhoudt. Omdat hierover geen duidelijkheid bestaat in de Europese rechtspraak, stelt de Afdeling prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst totdat het Hof uitspraak heeft gedaan.
Uitkomst: Behandeling hoger beroep geschorst in afwachting van prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie over de rechtmatigheid van de vrijstellingsbeperking en grensoverschrijdende fiscale samenwerking.