ECLI:NL:RVS:2013:BZ4424
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aanvangstermijn asielprocedure en vernietiging besluit terugname naar Bulgarije
De vreemdeling diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij zich op 7 maart 2012 had gemeld bij de autoriteiten. Tijdens de rust- en voorbereidingstermijn, voorafgaand aan de asielaanvraag, voerde de IND een gehoor uit waarbij de vreemdeling werd geconfronteerd met onderzoeksresultaten, wat in strijd was met het eigen beleid van de staatssecretaris zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000.
De voorzieningenrechter had geoordeeld dat de termijn voor afdoening van de asielaanvraag (de AA-termijn) niet was aangevangen bij het gehoor op 9 maart 2012, maar pas op 11 april 2012 bij de daadwerkelijke indiening van de asielaanvraag. De Afdeling bevestigt dit oordeel en oordeelt dat de staatssecretaris weliswaar in strijd met het beleid heeft gehandeld door de vreemdeling met onderzoeksresultaten te confronteren, maar dat dit niet leidt tot een eerdere aanvang van de AA-termijn.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit van 19 april 2012 en het vonnis van de voorzieningenrechter, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 19 april 2012 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.