ECLI:NL:RVS:2013:BZ4939
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.J.R. Hazen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade na planologische wijziging in Goor
Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente wees een aanvraag van appellant om tegemoetkoming in planschade af, omdat de planologische wijziging die de waardevermindering van zijn woning veroorzaakte, ten tijde van aankoop voorzienbaar was. Het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard. Appellant stelde dat het college onvoldoende gemotiveerd was afgeweken van het advies van de commissie voor de bezwaarschriften en dat de rechtbank ten onrechte de voorzienbaarheid had aangenomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de redenen voor afwijking van het commissieadvies voldoende had gemotiveerd en dat de voorzienbaarheid van de planologische wijziging moest worden beoordeeld aan de hand van de Centrumvisie uit 2001 en de aangepaste versie uit 2005. Deze visies gaven duidelijk aan dat het terrein zou worden ontwikkeld voor woningbouw, winkels en een parkeergarage, wat voor appellant voorzienbaar was.
De Afdeling bevestigde dat appellant rekening moest houden met de meest ongunstige ontwikkelingen zoals in de Centrumvisie vermeld en dat het niet aankwam op een tekortkoming in de onderzoeksplicht van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.