ECLI:NL:RVS:2013:BZ4947
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gedeeltelijke uitspraak inzake afgewezen gehandicaptenparkeerkaart
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees op 24 augustus 2010 de aanvraag van appellante voor een gehandicaptenparkeerkaart af. Appellante stelde het college in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar. Het college reageerde met een brief waarin het stelde geen dwangsom te hebben verbeurd, wat appellante als een besluit aanmerkte en waartegen zij bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, onder meer omdat de brief van het college geen besluit zou zijn en het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen te vroeg was ingediend.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de brief van het college wel een besluit was omdat het zich op het standpunt stelde geen dwangsom te zijn verschuldigd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de brief geen besluit was omdat de termijn voor het verbeuren van een dwangsom nog niet was verstreken. Wel stelde de Afdeling vast dat de rechtbank ten onrechte het bezwaarschrift van 25 januari 2011 als een beroepschrift had aangemerkt en ongegrond had verklaard, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken en appellante niet had ingestemd met opschorting.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin het beroepschrift ongegrond werd verklaard, bevestigde het overige en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het deel van de uitspraak over het ongegrond verklaren van het beroepschrift is vernietigd.