ECLI:NL:RVS:2013:BZ4977
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn bestuursprocedure
Appellant stelde beroep in tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De bestuursrechtelijke procedure duurde meer dan vijf jaar, waarbij de rechtbankprocedure vier jaar en twee maanden in beslag nam en het hoger beroep binnen de toegestane termijn van twee jaar bleef.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de totale duur van de procedure de redelijke termijn van vier jaar overschreed, waarbij de overschrijding geheel aan de rechtbank werd toegerekend. De minister van Veiligheid en Justitie maakte geen gebruik van de gelegenheid om te reageren op de vastgestelde termijnoverschrijding.
Op grond van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd de minister veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €2.000 aan appellant. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
De uitspraak bevestigt het belang van tijdige behandeling van bestuursrechtelijke procedures en de mogelijkheid tot vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van redelijke termijnen.
Uitkomst: De minister van Veiligheid en Justitie is veroordeeld tot betaling van €2.000 aan appellant wegens overschrijding van de redelijke termijn.