ECLI:NL:RVS:2013:BZ5220
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering mvv-vereiste
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Justitie werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde twijfel bij het standpunt van de staatssecretaris dat artikel 8 EVRM Pro niet leidt tot vrijstelling van het mvv-vereiste, vooral omdat de vreemdeling ten tijde van het aangaan van de relatie met zijn partner over een verblijfsvergunning beschikte en het verblijf als precair werd beschouwd. De staatssecretaris verscheen niet op de zitting om deze twijfel weg te nemen.
De Afdeling oordeelde dat het besluit van 16 augustus 2010 onvoldoende gemotiveerd is en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De zaak betreft onder meer de toepassing van artikel 8 EVRM Pro, het mvv-vereiste en de belangenafweging in het kader van gezinsleven.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.