ECLI:NL:RVS:2013:BZ5226
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht
De minister van Justitie heeft op 24 september 2010 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen wegens het ontbreken van positieve overtuigingskracht en het niet overleggen van reisdocumenten. De rechtbank 's-Gravenhage had dit besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit vernietigd moest worden, omdat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat de vreemdeling haar identiteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt en onjuiste en onvolledige informatie heeft verstrekt.
De Raad van State wijst de bezwaren van de vreemdeling af, waaronder haar argumenten over haar leeftijd, clanlijn en het ontbreken van reisdocumenten. Ook het beroep op het risico bij uitzetting en het verzoek om een amv-vergunning worden verworpen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.