Het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland verleende aan Allspan een subsidie van €9.000 voor de ontwikkeling van een speciale grijperkop. Het bestuur verklaarde bezwaar van Allspan tegen een lagere subsidie ongegrond, omdat €4.500 aan advieskosten niet subsidiabel zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat het bestuur onvoldoende had gemotiveerd waarom deze kosten niet subsidiabel waren en vernietigde het bezwaarbesluit.
Het dagelijks bestuur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de regeling NIOF 2008 onderscheid maakt tussen kosten voor het bouwen van een prototype en implementatiekosten. Omdat er geen prototype was en de grijperkop direct in het productieproces zou worden ingezet, waren de advieskosten terecht als implementatiekosten aangemerkt en niet subsidiabel.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van Allspan ongegrond. Tevens werd het besluit van 22 oktober 2012 van het dagelijks bestuur vernietigd omdat dit besluit op onjuiste gronden was genomen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Allspan wordt ongegrond verklaard en het subsidiebesluit wordt bevestigd met vernietiging van eerdere uitspraken.
Uitspraak
201207460/1/A2.
Datum uitspraak: 27 maart 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 3 juli 2012 in zaken
nrs. 11/675, 11/676 en 11/870 in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Allspan Haulerwijk B.V.
en
het dagelijks bestuur.
Procesverloop
Bij besluit van 22 december 2010 heeft het dagelijks bestuur aan Allspan een subsidie van € 9.000,- verleend voor de ontwikkeling van een speciale grijperkop voor de productielijn voor kattenbakkorrels.
Bij besluit van 13 juli 2011 heeft het dagelijks bestuur het door Allspan daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 3 juli 2012 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het door Allspan daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 13 juli 2011 vernietigd en bepaald dat het dagelijks bestuur met inachtneming van de uitspraak opnieuw beslist. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft het dagelijks bestuur hoger beroep ingesteld.
Bij besluit van 22 oktober 2012 heeft het dagelijks bestuur het door Allspan gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.
Allspan heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 februari 2012, waar het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. D.G.I. Bos en drs. C. van Rosendal, beiden werkzaam bij het Samenwerkingsverband Noord-Nederland, en Allspan, vertegenwoordigd door ing. M. Zeinstra, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wet op dit geding van toepassing blijft.
2. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder d, van de Subsidieregeling Noordelijke Innovatie OndersteuningsFaciliteit 2008 (hierna: NIOF 2008), wordt in deze regeling onder prototype verstaan: een model dat aan productie of dienstverlening vooraf gaat, zoals proef- en demonstratieopstellingen, maar niet wordt gebruikt voor (industriële) toepassing en commerciële exploitatie.
Ingevolge onderdeel f wordt in deze regeling onder ontwikkelingsproject verstaan: een systematische activiteit, erop gericht om voor de onderneming technisch nieuwe producten, technische nieuwe werkwijzen, nieuwe systemen, nieuwe diensten dan wel wezenlijke onderdelen daarvan te ontwikkelen.
Ingevolge onderdeel m wordt in deze regeling onder implementatie ontwikkelingstraject verstaan: de implementatie van een op grond van artikel 4, eerste lid, van deze regeling uitgevoerd ontwikkelingsproject. Hieronder vallen investeringen en/of kosten voor het omzetten van het ontwikkelingsproject in een proefproductieproces of proefopstelling.
Ingevolge artikel 2 heeftPro deze regeling als doel de subsidiëring van strategische activiteiten van bepaalde categorieën ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf in de provincies Fryslân, Groningen en Drenthe op het gebied van innoveren, marktverkenning, haalbaarheidsonderzoeken en marketingplannen, teneinde de marktsector in Noord-Nederland te versterken.
Ingevolge artikel 4, eerste lid, komen ontwikkelingsprojecten van en vermarkting door ondernemingen voor subsidie in aanmerking.
Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder a, worden hier subsidiabele kosten in aanmerking genomen voor wat betreft een ontwikkelingsproject: kosten van het inschakelen van een deskundige voor een advies en voor het (laten) bouwen van een prototype, alsmede de materiaalkosten voor het bouwen van een prototype. Overige uitvoerende werkzaamheden door de onafhankelijke deskundige zijn niet subsidiabel.
3. Het dagelijks bestuur heeft een lagere subsidie verleend dan waar Allspan om heeft verzocht, omdat een bedrag van € 4.500,- aan advieskosten niet subsidiabel is, nu dit kosten van uitvoerende werkzaamheden betreft. Daarbij is volgens het dagelijks bestuur van belang dat er geen prototype zal worden gebouwd.
4. Het dagelijks bestuur betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het onvoldoende heeft gemotiveerd dat een deel van de advieskosten niet subsidiabel is. De rechtbank heeft niet onderkend dat ingevolge artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a, van de NIOF 2008 de kosten voor testen en aanpassen slechts voor subsidiëring in aanmerking komen, indien er een prototype is, aldus het dagelijks bestuur. Wanneer er geen prototype is en het testen en aanpassen derhalve direct in het productieproces plaatsvindt, is er sprake van implementatie, zo stelt het dagelijks bestuur. Dat de vacuüm grijperkop nog niet naar behoren functioneerde is volgens het dagelijks bestuur daarbij niet van belang.
4.1. De NIOF 2008 onderscheidt verschillende fasen in een productieproces. Gelet op artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a, van de NIOF 2008 zijn, bij een van ontwikkelingsproject als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder f van deze regeling, slechts kosten voor advies en kosten gemoeid met het maken van een prototype subsidiabel. Tussen partijen is niet in geschil dat in de aanvraag geen prototype als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder d, van de NIOF 2008 is opgenomen. De grijperkop waar de aanvraag op ziet zou bij een directe goede werking zonder verdere aanpassing kunnen worden ingezet bij het productieproces. Er was derhalve sprake van een potentieel eindproduct. Kosten die betrekking hebben op aanpassing van dat potentiële eindproduct dienen als implementatiekosten te worden beschouwd, gelet op artikel 1, aanhef en onder m, van de NIOF 2008.
Het dagelijks bestuur heeft, gelet hierop, de kosten die betrekking hebben op het testen en aanpassen van de vacuüm grijperkop terecht in mindering gebracht op de subsidiabele kosten en daarmee de subsidie. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
Het betoog slaagt.
5. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak, voor zover aangevallen, dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 13 juli 2011 van het dagelijks bestuur alsnog ongegrond verklaren.
6. Bij besluit van 22 oktober 2012 heeft het dagelijks bestuur, gevolg gevend aan de aangevallen uitspraak, opnieuw beslist op het door Allspan gemaakte bezwaar. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:24 vanPro de Algemene wet bestuursrecht, zoals deze luidde ten tijde van belang, gelezen in samenhang met de artikelen 6:18, eerste lid en 6:19, eerste lid, van die wet, geacht eveneens onderwerp te zijn van dit geding.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat aan dat besluit de grondslag is ontvallen. Reeds om die reden dient dat besluit te worden vernietigd.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Groningen van 3 juli 2012 in zaken nrs. 11/675, 11/676 en 11/870, voor zover aangevallen;
III. verklaart het bij de rechtbank in zaak nr. 11/870 ingestelde beroep ongegrond.
IV. vernietigt het besluit van het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland van 22 oktober 2012 met kenmerk UP-12-09088;
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. K.J.M. Mortelmans en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.