ECLI:NL:RVS:2013:BZ7503
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- J.G.C. Wiebenga
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Soest Midden en Zuid voor diverse percelen wegens strijd met zorgvuldigheid en rechtszekerheid
De Raad van State behandelde het beroep tegen het bestemmingsplan Soest Midden en Zuid, vastgesteld door de gemeenteraad van Soest op 15 december 2011. Diverse appellanten, waaronder bewoners en de Protestantse Gemeente Soest (PGS), maakten bezwaar tegen onderdelen van het plan die betrekking hadden op woningbouw, bestemmingen van percelen en gebruiksmogelijkheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bezwaren van een aantal appellanten ongegrond waren, omdat de raad zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het plan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening was vastgesteld. Echter, voor enkele percelen, waaronder het bouwvlak op perceel [locatie 4], een gedeelte van perceel [locatie 6] en het perceel Kerkstraat 11B, werd vastgesteld dat het plan in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en rechtszekerheid. Met name de onjuiste verwerking van het bouwvlak en het niet adequaat betrekken van PGS bij de bestemmingswijziging leidde tot vernietiging van deze delen van het plan.
De Raad van State bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit voor het bouwvlak op perceel [locatie 4] in stand blijven, ondanks de vernietiging. Tevens werd de gemeenteraad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan PGS en tot terugbetaling van griffierechten aan enkele appellanten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige en rechtszekere planprocedures en het adequaat betrekken van belanghebbenden bij bestemmingsplanwijzigingen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is gedeeltelijk vernietigd wegens strijd met zorgvuldigheid en rechtszekerheid, met toekenning van proceskosten aan PGS.