ECLI:NL:RVS:2013:BZ7551
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H. Herweijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking wapenverlof wegens onbetrouwbaarheid vergunninghouder
De korpschef van de regiopolitie Hollands Midden trok op 12 juli 2011 het wapenverlof van appellant met onmiddellijke ingang in. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit van de korpschef en trok het wapenverlof opnieuw in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het bestuursorgaan het wapenverlof mag intrekken indien er aanwijzingen zijn dat het bezit van wapens niet langer aan de vergunninghouder kan worden toevertrouwd. De staatssecretaris baseerde zich op politie-waarnemingen van een verwarde en versufte indruk, de aanwezigheid van medicijnen, een onverzorgde woning, en agressieve uitlatingen van appellant tegenover een psychiater en politieagenten. Ook brieven van appellant met beledigende termen werden meegewogen.
Appellant stelde dat het beroepsgeheim was geschonden en dat de feiten te algemeen waren om aanwijzingen te vormen. De Raad van State verwierp dit en oordeelde dat de twijfel aan de betrouwbaarheid objectief toetsbaar was en dat de verklaringen van schietverenigingleden onvoldoende gewicht hadden om het besluit te weerleggen. Tevens werd bevestigd dat appellant een verklaring van een arts moet overleggen om aan te tonen dat hij betrouwbaar is.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van het wapenverlof van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.