ECLI:NL:RVS:2013:BZ7637
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.F.M. Wortmann
- T.C. van Sloten
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vergunning voor baggerwerkzaamheden en storting baggerslib in Natura 2000-gebied Waddenzee
De staatssecretaris heeft vergunningen verleend voor baggerwerkzaamheden en het storten van baggerslib in de havens van Harlingen en twee stortlocaties in de Waddenzee, een Natura 2000-gebied. Appellanten, mosselkwekers met percelen nabij de stortlocaties, voerden aan dat de vergunningen de kwaliteit van hun mosselpercelen en daarmee het habitattype H1110A negatief beïnvloeden.
De Raad van State overwoog dat de mosselpercelen sinds 1989 niet meer in gebruik zijn en dat er geen mosselbanken aanwezig zijn die relevant zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen. De verarming van het bodemleven en het ontbreken van mosselen worden als gegeven beschouwd en niet toegerekend aan de vergunningen. De staatssecretaris heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de vergunningverlening geen significante negatieve effecten heeft op de natuurlijke kenmerken van het gebied.
Verder werd het argument dat een afstand van 1.000 meter tot rijke bodemflora noodzakelijk is, verworpen omdat het bodemleven nabij de percelen al verarmd is. Ook de compensatievordering werd niet behandeld omdat dit onderwerp in een aparte procedure aan de orde is.
De beroepen van appellanten zijn ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunningverlening voor baggerwerkzaamheden en storting van baggerslib in de Waddenzee worden ongegrond verklaard.