ECLI:NL:RVS:2013:BZ7702
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- E. Helder
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen Shell wegens bestaande activiteiten binnen Natuurbeschermingswet 1998
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland wees op 27 april 2011 het verzoek van Stichting Natuur en Milieu en Stichting Milieufederatie Zuid-Holland af om handhavend op te treden tegen Shell Nederland Raffinaderij te Rotterdam wegens vermeende overtreding van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998).
Natuur en Milieu en de Milieufederatie maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. Hiertegen werd beroep ingesteld bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het geschil waarbij het beroep van de Milieufederatie niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet maken van bezwaar, en het beroep van Natuur en Milieu inhoudelijk werd beoordeeld.
De kern van het geschil betrof de vraag of de activiteiten van de raffinaderij bestaand gebruik zijn dat is uitgezonderd van de vergunningplicht op grond van artikel 19d Nbw 1998. De Afdeling oordeelde dat dit het geval is en dat het college terecht het handhavingsverzoek afwees. Het beroep van Natuur en Milieu op de IPPC-richtlijn en Habitatrichtlijn werd verworpen omdat het stelsel van vergunningverlening onder de Nbw 1998 niet in strijd is met deze richtlijnen en coördinatie tussen vergunningprocedures onder de Nbw 1998 en de Wet milieubeheer niet vereist is.
De Afdeling verklaarde het beroep van Natuur en Milieu ongegrond en het beroep van de Milieufederatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan de appellanten.
Uitkomst: Het beroep van Milieufederatie is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van Natuur en Milieu ongegrond; het handhavingsverzoek tegen Shell is afgewezen.