ECLI:NL:RVS:2013:BZ7715
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- G.J. Deen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor balkonkozijn in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 19 september 2011 een omgevingsvergunning voor het vervangen en verplaatsen van een balkonkozijn aan een appartementencomplex in Den Haag. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat door het college en later door de rechtbank ongegrond werd verklaard. Appellant stelde dat het welstandsadvies onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat het bouwplan in strijd was met de welstandsnota van Den Haag.
De Raad overwoog dat het collegiaal overleg zoals bedoeld in de welstandsnota niet vereist dat een architect aanwezig is en dat het overleg van 17 augustus 2011 voldeed aan deze vereisten. Ook was het appartementencomplex niet gelegen in de clusters waarvoor de specifieke welstandscriteria voor kozijnen gelden, zodat het algemene toetsingskader terecht werd toegepast. Appellant had geen deskundigenbericht overgelegd om zijn betoog te ondersteunen.
Verder stelde appellant dat de Auteurswet de realisering van het bouwplan zou verbieden, maar de Raad oordeelde dat dit geen grond is om een omgevingsvergunning te weigeren volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunningverlening bevestigd.