ECLI:NL:RVS:2013:BZ7731
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.A. Hagen
- A. Hammerstein
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over schadevergoeding wegens werkzaamheden aan waterkering in Harlingen
Appellant, exploitant van een poffertjeskraam te Harlingen, verzocht het Wetterskip Fryslân om vergoeding van schade veroorzaakt door werkzaamheden aan de waterkering bij de Willemshaven in de periode december 2008 tot juni 2010. Het Wetterskip wees het verzoek af, stellende dat de schade het normaal maatschappelijk risico betrof en dat de werkzaamheden voorzienbaar waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, onder meer omdat de schade voortvloeide uit actieve risicoaanvaarding. Appellant stelde dat het Wetterskip het verzoek ten onrechte niet aan een schadecommissie had voorgelegd en dat zij niet correct was gehoord. Tevens betoogde appellant dat de werkzaamheden niet voorzienbaar waren en dat de schade buiten het normaal ondernemersrisico viel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het Wetterskip niet verplicht was het verzoek aan de schadecommissie voor te leggen en dat appellant voldoende is gehoord. De Afdeling verwierp het standpunt dat de schade voorzienbaar was op basis van een overeenkomst uit 1995, omdat appellant zich al vóór die overeenkomst had gevestigd. Wel oordeelde de Afdeling dat het Wetterskip onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de schade binnen het normaal maatschappelijk risico valt, mede gezien de aard, duur en omvang van de werkzaamheden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond en gaf het Wetterskip opdracht binnen dertien weken het besluit te herstellen door het normaal maatschappelijk risico adequaat vast te stellen en de uitkomst aan appellant en de Afdeling mede te delen. De einduitspraak zal tevens over proceskosten beslissen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het Wetterskip is opgedragen het besluit te herstellen door het normaal maatschappelijk risico adequaat vast te stellen.