ECLI:NL:RVS:2013:BZ8384
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.H. van Kreveld
- J.A.A. van Roessel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake aanmerken stookolie als afvalstof door staatssecretaris
Stena Weco ontving brieven van de staatssecretaris waarin een partij HSFO-stookolie aan boord van het schip 'Freja Crux' als afvalstof werd aangemerkt. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van Stena Weco tegen deze brieven niet-ontvankelijk, omdat de brieven volgens hem geen besluiten in de zin van de Awb waren. Stena Weco stelde dat het wel om besluiten ging, omdat de gebruikelijke kennisgevingsprocedure op grond van de Europese Verordening niet van toepassing was en zij daardoor geen andere mogelijkheid had om het geschil over de afvalstofstatus aan te vechten.
De voorzitter oordeelde dat het opschrijven van een bestuurlijk rechtsoordeel in principe geen besluit is, tenzij het voor betrokkenen onevenredig bezwarend is om het geschil via een handhavingsbesluit aan te vechten. Nu de staatssecretaris erkende dat er geen andere procedure mogelijk is en de financiële risico's voor Stena Weco groot zijn, kwalificeerde de voorzitter de brieven als besluiten in de zin van de Awb. Het verzoek van Stena Weco om bij voorlopige voorziening te verklaren dat de stookolie geen afvalstof is, werd afgewezen omdat dit te verstrekkend was.
De voorzitter schorste echter het bestreden besluit van 15 januari 2013 en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De staatssecretaris gaf aan het bezwaar inhoudelijk te zullen behandelen indien het besluit wordt geschorst. Hiermee werd de positie van Stena Weco voorlopig versterkt zonder definitieve inhoudelijke uitspraak over de afvalstofstatus.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt geschorst en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.