ECLI:NL:RVS:2013:BZ8386
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 3 januari 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg in Senegal had betrokken bij de beoordeling van het mvv-vereiste, terwijl dit volgens de Vreemdelingencirculaire niet relevant is.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en toetste het besluit opnieuw aan de hand van de ingebrachte beroepsgronden. De vreemdeling voerde aan dat het besluit innerlijk tegenstrijdig was en dat hij vrijstelling van het mvv-vereiste zou moeten krijgen omdat hij geen Liberiaans paspoort kon verkrijgen. De Afdeling verwierp deze gronden, onder meer omdat de vreemdeling onvoldoende had aangetoond dat hij geen reisdocument kon verkrijgen.
Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard en het besluit van de minister bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.