ECLI:NL:RVS:2013:BZ8394
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending verschoningsrecht rechter in vreemdelingenzaak
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 12 oktober 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 30 oktober 2012 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep klaagde de vreemdeling terecht dat de uitspraak van de rechtbank was gedaan en ondertekend door een andere rechter dan degene die de zitting had geleid, zonder dat hiervoor toestemming was gevraagd of gegeven en zonder dat een nieuwe zitting had plaatsgevonden. De rechtbank had dit niet aan partijen meegedeeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dit in strijd is met de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing met inachtneming van de juiste procedure.
Daarnaast stelde de Afdeling de proceskosten van het hoger beroep vast op €472,00 en bepaalde dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.