ECLI:NL:RVS:2013:BZ8397
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens ontbreken wettelijke grondslag voor onthouden vertrektermijn
De vreemdeling werd bij besluit van 14 december 2010 opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten. Tegen dit terugkeerbesluit werd bezwaar gemaakt, dat op 2 maart 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het handhavingsbesluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaarde, omdat de vreemdeling belang had bij beoordeling van het terugkeerbesluit, aangezien dit besluit aan een eventuele toekomstige inbewaringstelling ten grondslag kan worden gelegd. Vervolgens werd vastgesteld dat het terugkeerbesluit onrechtmatig was genomen, omdat het ontbreken van een wettelijke grondslag voor het onthouden van een vertrektermijn wegens risico op onderduiken in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en de Europese Terugkeerrichtlijn.
De Afdeling vernietigde het handhavingsbesluit en herroept het terugkeerbesluit. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee vervalt het terugkeerbesluit en wordt de vreemdeling niet langer verplicht Nederland onmiddellijk te verlaten zonder vertrektermijn.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en het handhavingsbesluit worden vernietigd en het terugkeerbesluit wordt herroepen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag voor het onthouden van een vertrektermijn.