ECLI:NL:RVS:2013:BZ8446
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding na herziening kinderopvangtoeslag 2009
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo inzake de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009. De Belastingdienst had het voorschot herzien op nihil en het bezwaar van appellant aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard. Na diverse besluiten werd het bezwaar gegrond verklaard, maar de vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten werd afgewezen.
De rechtbank vernietigde het besluit van 15 november 2011 wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de rechtsbijstandverlener niet beroepsmatig was en dat de kosten daarom niet vergoed konden worden. De Raad van State stelde vast dat de belastingadviseur voldoende juridische scholing heeft en dat de verleende bijstand als beroepsmatige rechtsbijstand moet worden aangemerkt.
De Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst niet verwijtbaar onrechtmatig heeft gehandeld bij het herroepen van het primaire besluit, zodat vergoeding van bezwaarkosten niet toekomt. Wel werd geoordeeld dat de proceskosten in beroep en hoger beroep aan appellant moeten worden vergoed, inclusief het griffierecht voor het hoger beroep.
Uitkomst: De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, maar niet tot vergoeding van bezwaarkosten wegens ontbreken van verwijtbare onrechtmatigheid.