ECLI:NL:RVS:2013:BZ8452
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek Nederlanderschap wegens onvoldoende bewijs identiteit
De minister heeft het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen omdat haar identiteit niet kon worden vastgesteld door het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte. Appellant voerde aan dat zij bewijsnood had vanwege onvolledige registers in haar geboorteland en haar staatloze status, en dat zij vergeefs pogingen had gedaan om het document te verkrijgen.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat het verkrijgen van de vereiste documenten onmogelijk of zinloos was. Zij had niet overtuigend bewezen dat de ambassades niet konden helpen en had ook niet voldoende pogingen ondernomen, bijvoorbeeld met hulp van een derde.
Daarmee is het beroep op bewijsnood verworpen en blijft de afwijzing van het naturalisatieverzoek in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om het Nederlanderschap wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van identiteit en bewijsnood.