ECLI:NL:RVS:2013:BZ8659
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie wees op 26 juni 2009 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na bezwaar bleef dit besluit ongewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister in hoger beroep ging.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling niet wist welke stukken hij moest overleggen om aan te tonen dat zijn zelfstandige arbeid een wezenlijk Nederlands belang diende. De staatssecretaris had de vreemdeling voldoende gelegenheid gegeven om stukken aan te leveren en te reageren op het negatieve advies van Agentschap NL.
De Raad van State stelde vast dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zijn onderneming levensvatbaar was en dat hij het minimumloon verdiende. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en op artikel 9 van Pro de associatieovereenkomst met Turkije faalde. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.