ECLI:NL:RVS:2013:BZ8672
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter die het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gegrond verklaarde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet heeft betrokken dat de staatssecretaris de geloofwaardigheid van het asielrelaas mede baseerde op het ontbreken van documenten, zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens heeft de voorzieningenrechter onterecht geoordeeld dat de staatssecretaris het relaas over problemen met het Poro- en Bondo-genootschap niet ongeloofwaardig achtte.
De Raad stelt dat de staatssecretaris het oordeel over de geloofwaardigheid van het asielrelaas met voldoende motivering heeft onderbouwd, waarbij tegenstrijdigheden in verklaringen en onduidelijkheden zijn betrokken. Het beroep van de vreemdeling wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.