ECLI:NL:RVS:2013:BZ8681
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de minister ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. In het hoger beroep klaagde hij dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de vreemdeling niet verplicht was om in Turkije, het dichtstbijzijnde land met een Nederlandse vertegenwoordiging, een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan te vragen. De rechtbank had geoordeeld dat de vreemdeling niet zonder meer toegang tot noodzakelijke medische zorg in Turkije zou krijgen en dat de verwijzing naar Turkije daarom onterecht was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de verwijzing naar Turkije terecht was volgens het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000 en dat de rechtbank dit niet had onderkend. Desondanks kon dit niet leiden tot vernietiging van de uitspraak omdat de rechtbank ook op andere gronden het beroep gegrond had verklaard. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en tot betaling van griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 maart 2013.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.