ECLI:NL:RVS:2013:BZ8687
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas en vernietiging uitspraak rechtbank
De minister wees op 4 februari 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd. De staatssecretaris had terecht vastgesteld dat het asielrelaas van de vreemdeling, waarin hij stelde dat hij door de Iraanse veiligheidsdienst werd gezocht vanwege het drukken van illegale, politiek getinte posters, ongeloofwaardig was. Dit vanwege vaagheden en ongerijmde wendingen in het relaas, zoals onduidelijkheid over de inval in zijn woning.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris had zich redelijk op het standpunt kunnen stellen dat het vermoeden van politieke vervolging niet aannemelijk was gemaakt. Ook het feit dat de vreemdeling tweemaal gevangen was genomen, was onvoldoende onderbouwd om een reëel risico op strijdige behandeling bij terugkeer aan te nemen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.