ECLI:NL:RVS:2013:BZ8688
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs en risicoanalyse
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel gegrond verklaarde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de beoordelingskaders van de eerdere besluiten verschillen en dat het eerdere oordeel over de minderjarigheid van de vreemdeling geen bindende betekenis had bij de beoordeling van het latere besluit. De staatssecretaris kon zich redelijkerwijs op het standpunt stellen dat de vreemdeling geen consistente en verifieerbare verklaring had gegeven over zijn reisroute en dat het asielrelaas onvoldoende positieve overtuigingskracht had.
Verder werd geoordeeld dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer naar Afghanistan een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook de aanvraag voor een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling kon in deze procedure niet aan de orde komen. Het beroep tegen het besluit van 26 april 2012 werd daarom ongegrond verklaard en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.