ECLI:NL:RVS:2013:BZ8713
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing beroep vreemdeling tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De minister van Justitie wees op 26 juli 2010 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen. De minister, thans staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State toetste of de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn oppositionele activiteiten in Nederland in de verhoogde belangstelling stond van de Wit-Russische autoriteiten. De rechtbank had geoordeeld dat dit niet onaannemelijk was, maar de Raad stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd dat de autoriteiten daadwerkelijk op de hoogte waren van zijn activiteiten, mede omdat de overgelegde stukken geen objectieve bronnen waren en de verklaringen speculatief.
Verder concludeerde de Raad dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer naar Wit-Rusland vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro te vrezen had. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 2 april 2013.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de weigering van een verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.