ECLI:NL:RVS:2013:BZ8728
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en beoordeling rechtmatigheid staandehouding en bewaring
Bij besluit van 24 februari 2013 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring, tevens kende zij schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de staandehouding onrechtmatig was. Uit het proces-verbaal blijkt dat de vreemdeling in het kader van algemene politietaken werd gevraagd om legitimatie, waarna een redelijk vermoeden van illegaal verblijf ontstond. De handhaving van de maatregel van bewaring is gerechtvaardigd op grond van meerdere feiten en omstandigheden, waaronder het niet naleven van een eerdere aanzegging tot vertrek en het risico op ontduiking van toezicht.
De Afdeling wijst het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring af en vernietigt het vonnis van de rechtbank. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.