ECLI:NL:RVS:2013:BZ9007
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt alsnog verblijfsvergunning asiel na vernietiging eerdere afwijzing
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie en Asiel op 6 oktober 2011 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling geen bescherming kon krijgen van Armeense autoriteiten, met name gezien haar geheimhoudingsplicht jegens de nationale veiligheidsdienst en de mogelijke gevolgen daarvan. Tevens werd geoordeeld dat de rechtbank dit niet had onderkend.
Verder werd vastgesteld dat de vreemdeling terecht een beroep deed op het traumatabeleid, aangezien mishandeling door de bedrijfsrecherche van haar werkgever traumatisch was en de overheid onvoldoende bescherming bood. De Raad van State vernietigde daarom het eerdere besluit en verklaarde het hoger beroep gegrond.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.416,00. Hiermee kreeg de vreemdeling alsnog de mogelijkheid om een verblijfsvergunning te verkrijgen.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij de beoordeling van bescherming in het land van herkomst en de toepassing van het traumatabeleid.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.