ECLI:NL:RVS:2013:BZ9012
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en rechtmatigheid
De vreemdeling werd op 15 september 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank, die dit op 6 november 2012 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling beoordeelde meerdere grieven van de vreemdeling. Zo werd geklaagd over de termijn waarbinnen de rechterlijke toetsing van de bewaring had plaatsgevonden, waarbij werd verwezen naar de Terugkeerrichtlijn en het EVRM. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank deze gronden wel degelijk had betrokken en gemotiveerd had beslist. Ook werd het onderscheid tussen 'onverwijld' en 'spoedig' in het EVRM bevestigd.
Verder stelde de vreemdeling dat het beginsel van evenredigheid niet was toegepast omdat hij geen vliegticket had overgelegd en dat zijn rechten van verdediging waren geschonden. De Afdeling concludeerde dat de rechtbank de feiten voldoende had onderzocht en dat de procedurele waarborgen waren nageleefd, mede omdat de vreemdeling geen advocaat bij het gehoor wenste.
De overige grieven werden eveneens verworpen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.