ECLI:NL:RVS:2013:BZ9016
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel alleenstaande vrouw uit Afghanistan
De minister heeft op 5 januari 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister, vertegenwoordigd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling als alleenstaande vrouw uit Afghanistan kon worden aangemerkt, hetgeen bepalend is voor de beoordeling van haar aanvraag.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Afghanistan geen echtgenoot meer heeft met wie zij kan samenleven. De verklaringen van de vreemdeling en het ontbreken van reactie op een tracingformulier waren onvoldoende bewijs. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De Afdeling zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en wees erop dat andere beroepsgronden die door de voorzieningenrechter waren beoordeeld niet in hoger beroep aan de orde waren gesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs dat zij als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt.