ECLI:NL:RVS:2013:BZ9017
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 7 oktober 2011 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 17 februari 2012 ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter onvoldoende had onderkend dat de staatssecretaris bij het besluit van 17 februari 2012 alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken en dat het belang van de Nederlandse samenleving bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarwegend was. De Afdeling stelde dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro terughoudend moet worden getoetst en dat de situatie van de vreemdeling niet uitzonderlijk was in de zin van het EHRM-arrest Rodrigues da Silva en Hoogkamer.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd.