ECLI:NL:RVS:2013:BZ9026
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering verblijfsvergunning wegens onvolledige medische toestemmingsverklaring en belangenafweging familie- en vreemdelingenrecht
De vreemdeling vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan, waarbij zij vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van gezondheidsredenen en familiebanden met haar in Nederland wonende kinderen vorderde. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vreemdeling niet voldeed aan de verplichting een volledig ingevulde toestemmingsverklaring voor het inwinnen van medische informatie bij het OLVG te overleggen, waardoor het Bureau Medische Advisering geen advies kon uitbrengen.
De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat de medische toestemmingsverklaring onvolledig was en dat er geen onzorgvuldigheid was bij het ontbreken van een advies van het BMA. Tevens heeft de staatssecretaris een zorgvuldige belangenafweging gemaakt tussen het familie- en gezinsleven van de vreemdeling en het algemeen belang van het Nederlandse toelatingsbeleid.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een bijzondere afhankelijkheid die een vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigt, noch dat toepassing van het mvv-vereiste tot een onbillijkheid van overwegende aard leidt.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd.