ECLI:NL:RVS:2013:BZ9027
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas
De minister van Justitie wees op 7 oktober 2010 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De staatssecretaris klaagde dat de rechtbank het besluit onvoldoende terughoudend had getoetst en haar eigen oordeel over de geloofwaardigheid van het asielrelaas had gesteld. De Raad voor de Rechtspraak bevestigde het toetsingskader waarbij de geloofwaardigheid van het asielrelaas primair aan de staatssecretaris toekomt en de rechter slechts terughoudend toetst.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte enkele motiveringen van de staatssecretaris buiten beschouwing had gelaten en inconsistenties in de verklaringen van de vreemdeling ten onrechte had verschoond. De Raad stelde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas ongeloofwaardig was.
De door de vreemdeling overgelegde bewijsstukken, waaronder een getuigschrift van de Voice of Talish, werden onvoldoende onderbouwd geacht. Ook de algemene informatie over de kwetsbare positie van de Talish-groep bood geen grond voor een ander oordeel.
De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.