ECLI:NL:RVS:2013:BZ9032
Raad van State
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J.W. Prins
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat overdracht kwetsbare vreemdeling aan Italië zonder nader onderzoek kan plaatsvinden
Bij besluit van 27 juli 2012 wees de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in. De vreemdeling voerde aan dat zij als kwetsbare vreemdeling niet aan Italië mocht worden overgedragen vanwege de slechte opvang en medische zorg aldaar, gebaseerd op rapporten en een interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek nodig was en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet volstond. De staatssecretaris betwistte dit en stelde dat de situatie in Italië geen schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert en dat overdracht kan plaatsvinden na contact met Italiaanse autoriteiten.
De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte de interim measure en rapporten als redengevend beschouwde voor nader onderzoek. De staatssecretaris heeft voldoende toegelicht dat persoonlijke omstandigheden en hulpbehoefte worden besproken met Italië en dat overdracht niet zonder opvang en zorg plaatsvindt. Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond, dat van de vreemdeling ongegrond, en het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank wordt alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.