ECLI:NL:RVS:2013:BZ9105
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens strafrechtelijke veroordeling en niet verstreken rehabilitatietermijn
Appellante verzocht om naturalisatie, maar haar verzoek werd op 5 januari 2012 door de minister afgewezen vanwege een strafrechtelijke veroordeling voor diefstal en het niet verstreken van de rehabilitatietermijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap een verzoek om naturalisatie kan worden afgewezen indien ernstige vermoedens bestaan dat de verzoeker gevaar oplevert voor de openbare orde. De strafrechtelijke veroordeling en de niet verstreken rehabilitatietermijn vormden hiervoor een gegronde basis. De door appellante aangevoerde schrijnende omstandigheden, haar bekentenis en spijtbetuiging, en de geringe waarde van de gestolen goederen konden niet als bijzonder worden aangemerkt omdat deze reeds door de strafrechter waren meegewogen.
Verder oordeelde de Afdeling dat het bestuursorgaan terecht van het horen van appellante heeft afgezien, omdat op voorhand redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het naturalisatieverzoek van appellante wordt afgewezen vanwege een lopende rehabilitatietermijn na een strafrechtelijke veroordeling.