ECLI:NL:RVS:2013:BZ9715
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N.D.T. Pieters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning bouwen woning en uitritten te Buren
Het college van burgemeester en wethouders van Buren verleende op 25 juni 2012 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning, een erfafscheiding en het aanleggen van twee in-/uitritten op een perceel te Buren. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Oost-Nederland, welke op 14 maart 2013 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat met de werkzaamheden zou worden gestart voordat de bodemprocedure was afgerond.
De voorzitter behandelde het verzoek op 4 april 2013 en overwoog dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Uit het overgangsrecht van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht volgde dat artikel 8:69a Awb niet van toepassing was op het hoger beroep. De voorzitter vond geen aanleiding om aan te nemen dat de omgevingsvergunning niet in stand zou blijven, mede gelet op de redelijke ruimtelijke onderbouwing, het ontbreken van schending van het gelijkheidsbeginsel of willekeur, en het welstandsadvies dat geen gebreken vertoonde.
Ook het aanleggen van de uitritten werd door de voorzitter voorlopig als rechtmatig beoordeeld, waarbij het college niet in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening en de Beleidsregel uitwegen handelde. De voorzitter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en overwoog dat vergunninghouders op eigen risico gebruik maken van een vergunning zolang deze niet onherroepelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.