ECLI:NL:RVS:2013:BZ9717
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit mvv-aanvraag wegens schending hoorplicht en toepassing tolkenwet
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij zijn vermeende echtgenote, die een verblijfsvergunning asiel had. De minister wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde in hoger beroep dat het gebruik van een beëdigde tolk bij het identificerende gehoor op de ambassade niet verplicht was, maar de Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit vernietigde op die grond, omdat ambassades niet onder de verplichting van de Wet beëdigde tolken en vertalers vallen.
De Afdeling stelde echter vast dat de minister de hoorplicht schond door de referente, wiens verklaringen mede aan het besluit ten grondslag lagen, niet in de gelegenheid te stellen haar zienswijze te geven, zoals vereist op grond van artikel 4:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit gebrek werd niet hersteld in de bezwaarfase, waardoor het besluit van 2 maart 2011 onrechtmatig was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 2 maart 2011 tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht.