ECLI:NL:RVS:2013:BZ9720
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen inreisverbod en proceskostenvergoeding in hoger beroep vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak heeft de staatssecretaris een inreisverbod opgelegd aan de vreemdeling. De rechtbank heeft dit besluit gedeeltelijk vernietigd omdat de staatssecretaris de vreemdeling niet in de bestuurlijke fase had geïnformeerd over de mogelijkheid om individuele omstandigheden aan te voeren ter verkorting of afzien van het inreisverbod.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij dit gebrek in de beroepsfase had hersteld door de vreemdeling alsnog in de gelegenheid te stellen dergelijke omstandigheden aan te voeren. De vreemdeling bracht onder meer naar voren dat hij sinds 2008 in Nederland verblijft, geen criminele antecedenten heeft, gedeeltelijk is ingeburgerd en niet kan terugkeren naar zijn land van herkomst.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep gegrond is omdat het gebrek door de staatssecretaris in de beroepsfase was hersteld. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet, waarna deze rechtsgevolgen werden gehandhaafd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot inreisverbod blijft in stand en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.