ECLI:NL:RVS:2013:BZ9724
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens twijfel aan geloofwaardigheid asielrelaas
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 26 juli 2011 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 27 januari 2012 het besluit vernietigde en het beroep gegrond verklaarde. De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas van de vreemdeling, met name twijfel aan zijn leeftijd en tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over de dood van zijn vader en zijn detentie door de Taliban. De staatssecretaris voerde aan dat de rechtbank onvoldoende terughoudendheid had betracht bij de toetsing van deze twijfel.
De Raad van State overwoog dat de beoordeling van geloofwaardigheid primair aan de staatssecretaris toekomt en slechts terughoudend door de rechter wordt getoetst. De Raad stelde vast dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas positieve overtuigingskracht ontbeerde vanwege de onverenigbaarheid van verklaringen over de leeftijd, de dood van de vader en de detentieperiode.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.