ECLI:NL:RVS:2013:BZ9729
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onmiddellijke vertrekplicht en inreisverbod voor vreemdeling met vals visum
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen gekregen en werd bevolen Nederland onmiddellijk te verlaten met een opgelegd inreisverbod vanwege het gebruik van een vals visum bij binnenkomst. De voorzieningenrechter had het besluit vernietigd, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris terecht het asielrelaas van de vreemdeling als grotendeels ongeloofwaardig heeft beoordeeld, mede omdat de stellingen over een inval bij een Togolese minister niet stroken met openbare bronnen. Tevens is het gebruik van een vals visum en het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en voldoende middelen van bestaan een gegronde reden voor onmiddellijke vertrekplicht.
Verder is vastgesteld dat de staatssecretaris de vreemdeling voldoende gelegenheid heeft gegeven om bijzondere individuele omstandigheden aan te voeren voor verkorting van het inreisverbod, en dat het inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot onmiddellijke vertrekplicht en inreisverbod wordt bevestigd.