ECLI:NL:RVS:2013:BZ9755
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2007 door Belastingdienst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kinderopvangtoeslag voor 2007 van appellante herzien en op nihil gesteld, waarna het betaalde voorschot werd teruggevorderd. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, dat door de Belastingdienst werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 9 augustus 2011, waarin definitief op haar verzoek om kinderopvangtoeslag werd beslist, niet had betrokken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dit besluit niet wijziging bracht in het eerdere herzieningsbesluit waartegen het beroep was ingesteld, zodat de rechtbank terecht het latere besluit buiten beschouwing liet.
Verder stelde appellante dat de herziening van het voorschot niet mocht plaatsvinden omdat niet voldaan zou zijn aan de vereisten van artikel 21 van Pro de Awir. De Afdeling stelde dat die eisen niet gelden voor de herziening van een voorschot, zoals hier aan de orde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.