ECLI:NL:RVS:2013:CA0109
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na beoordeling situatie Cyprus
De vreemdeling heeft een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister voor Immigratie en Asiel is afgewezen. De voorzieningenrechter heeft dit besluit bevestigd, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat de asielprocedure in Cyprus tekortschiet, met name voor asielzoekers met een moslimachtergrond, en dat de staatssecretaris gehouden was nader onderzoek te doen naar de situatie in Cyprus. Hij verwees onder meer naar rapporten van Amnesty International, het U.S. Department of State en KISA.
De Afdeling overwoog dat hoewel de asielprocedure en rechtsmiddelen in Cyprus voor verbetering vatbaar zijn, er wel rechtsmiddelen beschikbaar zijn en dat uit de stukken niet blijkt dat asielzoekers met een moslimachtergrond geen asielaanvraag kunnen indienen of dat zij geen toegang hebben tot hogere autoriteiten. Gelet op het arrest in de zaak M.S.S. is de staatssecretaris slechts gehouden nader onderzoek te doen indien er gerede twijfel bestaat op basis van concrete aanwijzingen. De overgelegde documenten gaven geen aanleiding tot nader onderzoek.
Daarom faalden de grieven van de vreemdeling en werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak van de voorzieningenrechter werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.