ECLI:NL:RVS:2013:CA0121
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring omtrent gedrag voor chauffeurspas wegens justitiële antecedenten
De staatssecretaris weigerde op 15 augustus 2012 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) ten behoeve van een chauffeurspas vanwege justitiële antecedenten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De weigering is gebaseerd op strafbare feiten waaronder geweldsdelicten en overtredingen van het Besluit personenvervoer 2000, die volgens de beleidsregels een risico vormen voor de veiligheid van passagiers en de samenleving. De Raad oordeelt dat de terugkijktermijn en de aard van de feiten rechtvaardigen dat deze gegevens worden meegewogen.
Appellant voerde aan dat de feiten buiten de terugkijktermijn vielen en marginaal waren, en dat de veroordeling van 2012 nog niet onherroepelijk was. De Raad stelt dat de staatssecretaris mag afgaan op de justitiële documentatie en dat geweldsdelicten niet verenigbaar zijn met het chauffeursberoep.
Ook het subjectieve criterium, waarbij het belang van appellant wordt afgewogen tegen het risico voor de samenleving, leidt tot weigering van de VOG. Het mogelijke faillissement van appellant door de weigering vormt geen bijzondere omstandigheid om hiervan af te wijken.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG voor de chauffeurspas vanwege de justitiële antecedenten van appellant.